Kruiden door de eeuwen heen

Kruiden waren waarschijnlijk in de pre­historie al erg belangrijk voor de mens. Met zekerheid kan daarover niets wor­den gezegd, aangezien er geen geschre­ven gegevens over bestaan. Latere vol­keren, die wel de schrijfkunst machtig waren, hebben echter talrijke gegevens daaromtrent nagelaten. Papyrusrollen uit Egypte tonen aan, dat de heren doktoren van enige duizenden jaren geleden al wisten met welke krui­den ze de zieke mens konden genezen.

Een van die artsen schreef aan zijn, aan infecties lijdende, patiënten voor, dat de ontstoken plekken moesten worden be­handeld met het aftreksel van wilge­schors, en bedekt met wilgeblad om ze af te koelen. Besmetting door de pest, die in de middeleeuwen grote delen van Eu­ropa teisterde, werd bestreden met be­hulp van pestazijn - een aftreksel van onder andere salie, rozemarijn, wijnruit en lavendel.

Venkel gold in die tijd als een middel om de geslachtsdrift te prikkelen. Kummel (komijn) werd gebruikt vanwege zijn vasthoudende kracht, terwijl jenever­bessen de verstijving van spieren en ge­wrichten zouden tegengaan. Knoflook is ook al van oudsher een middel tegen al­lerlei kwalen. Uien, prei en knoflook werden in het oude Egypte speciaal ge­teeld ten behoeve van de arbeiders die aan de grote piramiden werkten vanwe­ge hun desinfecterende werking.

Bij een dergelijke grote concentratie van men­dienden als verdovend middel bij opera­ties. Mirre, de welriekende gomhars uit de Commiphora myrrha, heeft een sa­mentrekkende en desinfecterende wer­king. Tinctuur van mirre werd wel als middel tegen kiespijn gebruikt. Ook in de oudheid bestond er een levende han­del tussen verschillende volkeren. Op Mesopotamische kleitabletten zijn in spijkerschrift recepten vermeld, waarin Egyptische geneeskruiden werden ge­noemd. Giftige stoffen werden op sla-

sen was het gevaar van een epidemie uiteraard niet denkbeeldig. De wonderboom (Ricinus communis), waarvan de zaden de welbekende won­derolie leveren werd ook al door de Egyptenaren als krachtig laxeermiddel gebruikt. Er is weinig nieuws onder de zon!

De sappen van papaver (Papaver somni­ferum), bilzekruid (Hyoscyamus niger) en doornappel  (Datura stramonium) ven en gevangenen getest voordat ze aan patiënten werden toegediend. Een hui­veringwekkende gedachte: hoeveel men­senlevens zal het gekost hebben, eer de heren genezers er achter waren wat de juiste dosering was?

In het Tweestromenland werden echter ook middelen gebruikt, die niet in de Egyptische geschriften werden vermeld. Dankzij de Mesopotamiërs kreeg wolfs­kers of doodkruid (Airopa belladonna)

bekendheid als verdovend middel bij krampen en pijn. Vanuit India kwamen kalmoes of zwanebrood (Acorus cala­mus), gember (Zingiber officinale), ka­neel (Cinnamomum) en olie uit de san­delboom (Santalum) naar Europa, waar ze niet alleen als reukstof, maar ook als geneesmiddel gebruikt werden. Indische hennep (Cannabis) werd aange­wend tegen reumatische pijnen. Later zou het als het genotsmiddel hasjiesj zijn weg vinden.

De geneeskunst in het oude China stond op zeer hoog peil. Een Chinese lijfarts werd echter alleen betaald door zijn hooggeplaatste opdrachtgever, zolang deze zich goed voelde. Als 'de baas' ziek werd, bleef betaling achterwege! Naast de toepassing van acupunctuur kende men grote waarde toe aan het gebruik van kruiden. In een recept van vele jaren voor onze jaartelling wordt tegen long­aandoeningen een behandeling met Ephedra sinica voorgeschreven. Negen-tiende-eeuwse wetenschappers zouden erin slagen uit dit kleine conifeertje efedrine vrij te maken, een stof die offi­cieel als geneesmiddel werd erkend.

Ginsengwortel en de monnikskap (Aco-nitum) zijn van oorsprong Chinese ge­neeskruiden. Later bleek, bij scheikun­dig onderzoek, aan welke stoffen ze hun geneeskrachtige werking danken. In het Europa van de vroege middeleeu­wen was het kweken van geneeskrachti­ge kruiden en groenten voornamelijk in handen van kloosterlingen, ook al wer­den op binnenplaatsen van kastelen ook wel kruidentuinen aangelegd. De platte­grond van dergelijke tuinen kwam sterk overeen met die van de tuinen van de Grieken en de Romeinen: rechthoekige bedden van elkaar gescheiden door strakke paden.

De kruiden die men er kweekte werden vaak uit andere landen ingevoerd. Soorten die zich niet konden aanpassen aan het Westeuropese kli­maat werden in gedroogde vorm verhan­deld. Dat gold later ook voor de spece­rijen die in de 17e-eeuw dankzij de Westindische en de Oostindische Com­pagnieën de Nederlanden bereikten.




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas