moestuintje

Moestuintje: moestuinieren voor groentjes

Zelfgekweekte worteltjes op tafel zetten en er een zelfgerooide aardappel bij eten, allemaal goed en wel, maar hoe begint de moestuinleek eraan? Je maakt het zo ingewikkeld als je zelf wil, maar voor beginnelingen is een nederige start, met een bescheiden moestuintje, misschien geen slecht idee.

Stap 1: waar moet het moestuintje komen?

Een moestuintje leg je niet om het even waar aan in je tuin. Geef je moestuintje liefst een zonnige, lichte plek, als het eventjes kan naar het zuiden of zuidwesten gericht. Je moestuintje moet goed bereikbaar zijn voor nuttige insecten, die instaan voor de bestuiving en bevruchting. Voorzie een aantal planten die zulke insecten aantrekken: veldesdoorn, rimpelroos, een krentenboompje, sering of kolkwitzia zijn goede opties.

Stap 2: hoe groot moet je moestuintje zijn?

Pas de grootte van je moestuintje aan jouw behoeften aan en aan de tijd die je eraan kan besteden. Voor een beginneling is een lapje grond van zo'n 8 tot 10 m≤ ruim voldoende. Als je ervan droomt om bijna het hele jaar door je eigen verse groenten te oogsten, dan moet je ongeveer 50 m≤ oppervlakte per persoon voorzien. Als je ook je eigen fruit wil telen, dan moet je al snel 80 m≤ per persoon voorzien. In een moestuin tot 100 m≤ moet je ongeveer een halve dag per week werken in het voorjaar. Een grotere moestuin, waar ook fruit in groeit, vraagt al snel acht uur aandacht per week, van maart tot en met juni. Denk dus eerst na of je wel tijd hebt voor je grootse plannen. TIP: tuinieren kun je ook in potten. Handig voor wie maar een klein tuintje heeft of enkel een terras. Er zijn mooie grote vierkante potten te vinden, die misschien niet de oppervlakte van een perceel hebben, maar waar je toch ook behoorlijk wat kunt uit oogsten.

Stap 3: deel je moestuintje logisch in

De percelen van je moestuintje staan best loodrecht op het hoofdpad. Ze zijn liefst allemaal even groot, dat is belangrijk voor de vruchtwisseling. Je moet je moestuintje ook beschermen. Voor de beschutting of als omheining, kun je bessenstruiken aanplanten, bijvoorbeeld frambozen of rode bessen, of een rij aardperen, zonnebloemen of maÔs.

Stap 4: maak de grond klaar

Geeft de bodem voldoende voedingsstoffen en zorg voor een goede losse structuur en een goede drainage. Verrijk je bodem indien nodig met organisch bodemverbeterend materiaal. De bovenste laag van de bodem, zo'n 15 tot 20 cm, moet altijd goed losgemaakt en luchtig zijn. Dit doe je door met een spit- of woelvork de grond los te harken. Let wel op, want losgemaakte grond mag je niet te lang onbegroeid laten, anders droogt hij uit en verhardt hij. Je percelen klaarmaken, doe je dus maar een week voor je gaat inzaaien of planten. Je moestuintje heeft regelmatig water nodig. Water transporteert immers de voedingsstoffen naar de planten. Door een mulchlaag rond je plantgoed aan te brengen, beperk je het risico dat de bodem uitdroogt. Als je wil moestuinieren, moet je weten met welke grond je te maken hebt. Zandgrond bevat weinig voeding en houdt onvoldoende vocht vast. Het voordeel van zandgrond is dan weer dat je hem makkelijk kunt bewerken en dus verbeteren en dat de bodem sneller opwarmt in het voorjaar zodat je vroeger kunt starten. Kleigrond is zwaar van structuur en bevat te weinig lucht en te veel vocht. Je kan kleigrond daarom beter mengen met grof zand, compost of humus. Wat is een mulchlaag? Het is een laag organisch materiaal - bijvoorbeeld grasmaaisel, cacaodoppen of kokosschors - die de bodem vochtiger houdt. De mulchlaag houdt ook onkruid tegen dus moet je minder vaak wieden.

Stap 5: ga aan het zaaien en planten

Maak een plan: wat wil je zaaien of planten en waar moet het komen? Een beginneling kiest beter voor gewassen die gemakkelijk te telen zijn. Ook plant je beter jonge plantes in plaats van zaadjes, die geven je al een voorsprong. De volgende soorten kun je gemakkelijk en vroeg in het seizoen als plantgoed planten: sla, rucola, spinazie, bloemkool en erwten. Wat later komen daar onder meer tomaten, courgettes en allerlei koolsoorten bij. Ook ui, sjalot, knoflook, aardbeien en rabarber kun je gemakkelijk planten. Wie toch voor het 'echte' werk wil gaan en zelf wil zaaien, kan gemakkelijke gewassen kiezen zoals tuinbonen, courgettes, pompoenen, radijzen, rucola, andijvie, spinazie, maÔs, rode biet.

Stap 6: bestrijd ziektes en problemen op een verantwoorde manier

In een gezonde bodem zitten nuttige bacteriŽn en schimmels die organisch afval omzetten in humus. Zo houd je je moestuintje gezond: hark de grond regelmatig los om slakken te weren. Vermijd onkruidgroei en laat geen plantenresten liggen, want die trekken ongedierte aan. Koop gezond plantenmateriaal en kies voor rassen die bestand zijn tegen ziektes. Met een fijnmazig insectengaas kun je koolplanten, wortelen, bessenstruiken, aardbeien beschermen tegen insecten en vogels. Om op een natuurlijke manier de weerstand van planten tegen ziektes en plagen te verhogen, kun je wel een aantal verantwoorde producten kopen. Zoek altijd naar een 'bio' of 'eco' label als je toch naar insecticiden of fungiciden moet grijpen. kas




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas