tuinbonen telen

Tuinbonen telen: tuinbonen zijn niet alleen smakelijk maar bovendien ook erg gezond.

Tuinbonen is een omstreden gewas: sommigen vinden 'dikke bonen' heerlijk terwijl anderen de echte tuinbonensmaak niet kunnen waarderen. Voor hen zijn er witbloeiende rassen met een mildere smaak. De dikke groene zaden bevatten veel plantaardige eiwitten en stoffen als fosfor, calcium en ijzer. Tuinbonen waren reeds bekend bij de Romeinen die echte fijnproevers waren. Zij brachten het gewas naar het noorden van Europa waar de planten op de zware grond en in het koele klimaat uitstekend groeiden. Omdat de tuinboon (Vicia faba) veel kou verdraagt kan al heel vroeg in het seizoen worden gezaaid. Er zijn twee typen bonen verkrijgbaar: - een met zuiver witte bloemen - en een met zwartwitte bloemen. De witbloeiende tuinboon produceert lichtgroene zaden die ook bij koken 'wit' blijven. Deze hebben een milde smaak en zijn bij uitstek geschikt voor mensen die de uitgesproken smaak van de bontbloeiende tuinbonen niet kunnen waarderen. Een kleinblijvend familielid, de veldboon (Vicia faba minor), wordt gebruikt als veevoer en als groenbemester. Tuinbonen behoren tot de familie van de vlinderbloemigen; evenals bijvoorbeeld erwten, peulen, slabonen en snijbonen. Alle leden van deze familie hebben knobbeltjes aan de wortels waarin zich bacteriŽn bevinden. Deze nemen stikstof uit de grond op en zetten dat om in nitraten die voor de planten opneembaar zijn. Wanneer u bij het rooien van de tuinbonen de planten vlak boven de grond afsnijdt en de wortels in de grond laat verteren komt extra stikstof vrij voor het volggewas. Tuinbonen hebben een gunstige uitwerking op de structuur van de grond. De planten maken een uitgebreid wortelstelsel dat wel tot 1,50 m diep in de grond kan doordringen. Door deze intensieve diepe beworteling wordt de grond lekker los. Uiteraard is dit erg gunstig voor de volggewassen. Geoogste tuinboonplanten kunt u - evenals erwtestro - uitstekend gebruiken als mulchmateriaal. Al deze bijzonder eigenschappen (stikstofbinding, verbetering bodemstructuur, mulchmateriaal) maken tuinbonen tot een zeer veelzijdig gewas dat zeker de moeite van het zaaien waard is.

Eind februari kunt u tuinbonen buiten zaaien

Tuinbonen kiemen al bij een temperatuur van 5įC en de zaailingen verdragen vorst tot -7įC. Daarom kunt u al in de tweede helft van februari buiten zaaien; direct op de plaats van bestemming in rijen met een onderlinge afstand van 70 cm. Vanaf half juni kunt u oogsten. Dit houdt in dat er op hetzelfde veldje nog een nateelt mogelijk is van bijvoorbeeld prei, boerenkool, bloemkool of sla. Deze sterke groeiers profiteren van de stifstof die vrijkomt door de vertering van de tuinboonwortels. Daardoor is bemesten meestal niet nodig. Tuinbonen kunnen tot uiterlijk half april worden gezaaid. De planten verdragen de warmte van de zomer niet. Dan vallen de bloemen af en heeft u niets te oogsten. Bovendien is de kans op aantasting door bonenluis groter naarmate het warmer wordt. Dan zijn we meteen bij het grootste probleem van de teelt van tuinbonen: de zwarte bonenluis. Deze komt zo tegen eind mei massaal overgevlogen vanuit de kardinaalsmuts en andere planten in de buurt. Als het eenmaal zover is, is er geen houden meer aan: de toppen van de planten en jonge peulen zien zwart van de luis. Houd het gewas in de gaten en breek de toppen uit de planten zodat de luizen geen jong weefsel kunnen vinden. Het probleem is dan echter dat ze nog massaler op de jonge peulen gaan zitten. Daarom is het wellicht beter om bij aantasting te spuiten met een milieuvriendelijk bestrijdingsmiddel op basis van zeep.

Voor een vroege oogst van tuinbonen in januari onder glas zaaien

Voor de allervroegste oogst zaait u eind januari in de platte bak. Voor een snelle opkomst, weekt u de zaden 12 uur voor in een bakje water bij kamertemperatuur. Na het zaaien blijven de ramen een aantal dagen dicht zodat de gewelde zaden zo snel mogelijk kiemen. Zodra u de eerste groene puntjes ziet, gaan de ramen op een kier. Als de ramen te lang dichtblijven, worden de plantjes lang en sprietig. Deze zijn uiteraard veel vatbaarder voor ziekten dan korte stevige plantjes. Vanaf begin maart kunt u buiten uitplanten op een onderlinge afstand van 75 x 15 cm. Voor het planten snijdt u een stukje van de hoofdwortel af. Daardoor zal het wortelstelsel zich beter vertakken. Ongeveer drie weken na het planten worden de planten aangeaard waardoor ze steviger staan. De peulen worden geoogst wanneer de zaden nog jong en zacht zijn. Te laat geoogste boven zijn zeer taai. U maakt van de tuinbonen een feestmaal als u bij het koken een beetje bonekruid toevoegt. hobbykas




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas