ecologische tuinen

Ecologische tuinen: van inspiratiebron tot ultieme doel

'Een mooie tuin vergt veel werk' lijkt een onontkoombaar feit. Regelmatig ook worden chemische bestrijdingsmiddelen tegen ziekten, plagen, onkruid, ... ingezet. Het kan evenwel anders! Enig inzicht in de manier waarop de natuur functioneert, helpt een handje. Het resultaat is een stukje natuur op eigen grond dat uiterst sierlijk en verzorgd is, weinig arbeid vraag en barst van het leven. En, in de moestuin, gewassen die opvallend lekker en gezond blijken...
Het starten van een ecologische tuin vraagt de eerste drie jaar behoorlijk wat werk. Er is namelijk wat tijd nodig voordat deze naar een stabiel systeem evolueert. Om daartoe te komen moet rekening worden gehouden met enkele basisprincipes: 1) Gelaagdheid In ons klimaat is een stuk grond geneigd te evolueren naar een bos met vier etages. Eerste is de strooisellaag, met afgevallen tekjes, bladeren, ... Iets hoger komt de zogenaamde kruidlaag, met varens, salomonszegel, ... Derde is de struiklaag met hazelaar, vlier, klimop, ... het geheel wordt bekroond met de boomlaag, waar beuk, eik, es, lijsterbes, ... te vinden zijn. Zo'n systeem is heel stabiel. De hogere lagen houden als het ware de lagere onder de knoet. Hou daarmee rekening met de opbouw van uw tuin: des te meer een plek dit trapsgewijze systeem benadert, des te minder werk (zoals ongewenste planten) het zal opleveren. Een opmerkelijk nuttige eigenschap van een gelaagde tuin is ook dat deze ervoor zorgt dat opvallend veel planten groeien op weinig plaats, zodat ongewenste exemplaren geen kans krijgen op blote stukjes grond. Het op strategische plaatsen inzetten van planten met bodembedekkende eigenschappen helpt eveneens de aanwezigheid van ongewenste exemplaren te voorkomen. Net als het onderhouden van een degelijke strooisellaag, door bijvoorbeeld door geen dode bladeren af te voeren, maar integendeel naar blote plekken te brengen. Het composterende strooisel verbetert bovendien de bodemstructuur en vormt humus, ťn trekt allerlei leven aan, dat zich om de afbraak ervan bekommert. Maar daarmee zijn we reeds aangekomen bij een tweede richtlijn. 2) Biodiversiteit Hoe meer soorten dieren en planten in uw tuin aanwezig zijn, hoe completer de voedselpiramide er is, waardoor uw tuin, opnieuw, stabieler wordt. Er is dan namelijk nooit een soort die een ongewenst overwicht krijgt. bv nogal wat mensen vrezen bladluizen op hun rozen. Zorg dat er kool- en pimpelmezen in uw tuin huizen, die deze beestjes maar wat graag opeten. Slakken worden dan weer gegeten door merels en lijsters. Enzovoort. Wanneer evenwel de luizen met chemische bestrijdingsmiddelen worden vergiftigd, leggen ook de mezen die ze eten het loodje. Daardoor zijn minder van deze vogels in de tuin aanwezig en wordt het daaropvolgende jaar de luizenplaag nog heviger. 3) Standplaats De juiste plant op de juiste plaats. Een gulden regel die u heel wat kopbrekens zal besparen. Is de plek, waarvoor u een plant kiest, vochtig of droog? Licht of schaduwrijk? Open of eerder windluw? En uiteraard, wat is het bodemtype: zand, leem, klei of een mengvorm? Hortensia's in zanderig, droge grond, bijvoorbeeld, zullen voortdurend moetn worden begoten met water en sneller met ziekten en plagen worden geconfronteerd dan wanneer ze op de juiste plek zijn geplant. En ze groeien minder hevig, zodat ongewenste kruiden meer kansen krijgen. 4) De juiste soort Er zijn enkele exoten die het goed doen in onze tuinen. Een vlinderstruik, bijvoorbeeld, die heel wat vlinders en zweefvliegen aantrekt. Het verdient evenwel aanbeveling te kiezen voor inheemse soorten. De kans is groter dat ze goed in uw tuin zullen gedijen. Maar ook: ze trekken heel wat dieren aan die er zich thuisvoelen, wat de biodiversiteit verhoogt. Een inheemse zomereik lokt honderden soorten dieren. Een zuiderse kurkeik, echter, zal weinig leven aantrekken. In diezelfde lijn verdient het voorkeur te kiezen voor bijvoorbeeld enkele bloemen in plaats van planten met dubbele. Ik denk hier bijvooreeld aan botanische rozen in plaats van de gecultiveerde soorten. Zorg er voor dat een zo groot mogelijk deel van uw tuin aan ecologische maatstaven beantwoordt. Anders zal u met heel wat ziekten, plagen en onkruiden te maken krijgen. 5) Groeidynamiek De combinatie van groeikracht, -ritme en -vorm bepaalt of soorten naast mekaar kunnen bestaan of de neiging zullen vertonen mekaar weg te concurreren. Het is bijvoorbeeld geen goed idee om op een plek vaste ťn ťťnjarige planten te laten groeien, omdat de vast op termijn de eenjarigen zullen verdringen. Merk op dat er minder problemen zullen optreden wanneer u ervoor kiest planten uit eenzelfde successiefase bij mekaar te plaatsen: de eenjarigen bij mekaar, de ruigteplanten bijeen, ... Ook de natuurlijke groeivorm mag niet uit het oog worden verloren. Is die struik uitbuigend of opgaand? Welke breedte en hoogte haalt ze? Wie daaraan niet denkt, zal later constant moeten bijsnoeien om het gewas binnen de perken te houden. 6) Moestuin Ook in een moestuin moeten problemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Bijvoorbeeld door bodemzorg, waaronder het gebruik van compost, en van organische meststoffen die de plant, de bodem en het bodemleven op geleidelijke wijze van voeding voorzien. Belangrijk is ook het lokken van natuurlijke vijanden naar de tuin. Dat kan door een gemengde haag bij de moestuin te planten. Natuurlijke vijanden zoals vogels, kleine zoogdieren, insecten beschermen de gewassen tegen plagen. Voorts is belangrijk rassen te kiezen die sterk zijn en resistentie vertonen tegen ziekten. Denk ook aan vruchtwisseling. Wanneer jaar in, jaar uit, groenten van dezelfde plantenfamilie op hetzelfde perceel worden geteeld, kunnen (vooral bodemgebonden) ziekten en plagen zich namelijk vlotter ontwikkelen. Kortom: de opkomst van ecologische tuinen genereert nieuwe, opvallend waardevolle inzichten. En deze kunnen ook inspiratie bieden aan gangbare tuiniers.
Ecologische tuinen barsten van het leven
ecologische tuin ecologische voetafdruk




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas