aloe vera telen
Aleo Vera telen om te gebruiken bij brandwonden
Grootmoeders tip: Breek een blaadje af van een aloë-veraplant wanneer je een lichte brandwond hebt. Het sap van de plant verzacht de pijn.
Wat zegt de professor Framacologie?: "Er is een beperkt wetenschappelijk bewijs dat het sap of de gel van de plant gebruikt kan worden bij brandwonden en bij huidproblemen als gevolg van zonnebrand. Het sap wordt gewonnen door de bladeren af te snijden: zo kun je het sap opvangen. Het bevat vele actieve bestanddelen, waaronder glucomannans. Dat zijn scheikundige verbindengen met ontstekingswerende eigenschappen. Daarnaast bevat het sap ook nog salicylzuur en vele mineralen en vitaminen. De plant groeit bij voorkeur in warmere streken en kan tot één meter hoog worden. Er zijn vele vormen van de plant bekend, net als vele synoniemen, waaronder barbadensisplant. Er zijn verschillen in werkzaamheid tussen de verschillende soorten.
Aloë Vera, ook voor de inwendige schoonheid
Men denkt dat de Egyptische koningin Cleopatra (68-30 v.Chr.), die de Romeinse veldheren Caesar en Marcus Antonius het hoofd op hol bracht, haar verblindende schoonheid te danken had aan
Aloë Vera. Hoe dan ook, heden bevatten nagenoeg alle hydraterende en vele andere schoonheidscrèmes
Aloë Vera-gel.
Aloë Vera is ook een aanrader voor de inwendige gezondheid, meer precies bij maag- en darmkwalen.
Voor uitwendig gebruik wordt in regel slechts de gelatineuse gel gebruikt, die in het blad zit en die rijk is aan vitaminen, mineralen, enzymen, aminozuren, plantensteroïden en polyacchariden en die een antibacteriële, antivirale en wondhelende werking sorteert. En die daarenboven de huid koelt bij zonnebrand en ze hydrateert.
Voor inwendig gebruik is extract van het hele blad te verkiezen. Het bevat meer van hoger genoemde weldoende stoffen plus onder meer nog fenolen, flavonoïden en bijzonder veel antioxidanten: vitamine C en E evenals betacaroteen, de voorloper van vitamine A.
Aloë Vera, een cactusachtige plant, die in woestijnachtige gebieden thuis is, behoort eigenlijk tot de familie van de lelie-achtigen - vandaar de bijnaam woestijnlelie - en werd in de Oudheid reeds in China, Rome, Griekenland en Egypte om haar weldoende eigenschappen geapprecieerd. Op aanraden van Socrates veroverde Alexander de Grote (356-323 voor Christus) het eiland Socotra in de Indische Oceaan om er grote hoeveelheden
Aloë Vera op te slaan, die hij in potten meezeulde om er zijn gewonde krijgers mee te verzorgen.