moestuin

De ideale moestuin

Om uit een moestuin veel en gezonde groenten te kunnen oogsten is een goed doordachte en efficiënte inrichting nodig. Waar legt u het best uw teeltvakken? Waar plaats u het best u kas en composthoop?

Op welke plek komt de moestuin?

Om te beginnen moet u bepalen op welke plek de moestuin komt en hoeveel ruimte hij krijgt. Hoeveel ruimte hebt u in de tuin, hoeveel groenten wilt u telen en hoeveel tijd kunt u aan het moestuinieren besteden? Met een moestuin van ongeveer 150 vierkante meter voedt u een gemiddeld gezin, maar met een kleiner lapje grond kunt u er ook al voor zorgen dat u veel minder van groenteboer of supermarkt nodig hebt. Let er bij het kiezen van de plek op dat de moestuin beschut ligt en veel licht krijgt. Zo kunt u eerder in het voorjaar met vroege teelten starten en neemt de opbrengst toe. Het is belangrijk dat de zon ongehinderd via de zuidkant en liefst ook de west- en oostkant de tuin in kan schijnen. Dat betekent niet dat er niets rond de moestuin mag staan. Integendeel: voor een rijke oogst moeten de gewassen tegen wind beschermd worden. In een open landschap is een windbeschutting belangrijker dan wanneer de tuin tussen gebouwen of boerderijen ligt. Een plekje tegen een muur van de schuur of het huis zorgt ervoor dat de tuin al vanuit één richting tegen wind beschermd wordt. Met heggen en houtwallen zorgt u voor beschutting tegen wind vanuit de overige hoeken. Een laag eenjarig windschut is ook zelf te telen, door rijtjes graan te zaaien. Doe dit wel in het najaar, dan groeit het graan al vroeg in het voorjaar hoog op.

Grondsoort

De meeste mensen willen graag een breed assortiment groenten in hun moestuin telen. Of dat lukt hangt mede af van de grondsoort. Zo zijn zware gronden, zoals kleigronden, erg geschikt om bewaargroenten op te telen zoals uien, winterwortelen en witte kool. Maar ze warmen maar langzaam op in het voorjaar. Vroege groenten doen het juist weer beter op licht zandgronden. De zon warmt deze gronden makkelijk op en maatregelen zoals extra beschutting rond de tuin hebben hier ook veel meer effect. Zomerworteltjes en aardbeien doen het eveneens extra goed op dit soort gronden. Ook de waterhuishouding is van belang. Als de grondwaterstand hoog is, warmt de bodem langzamer op en zullen diepwortelende gewassen moeilijker groeien. Het voordeel ten opzicht van gronden met een lage grondwaterstand is weer wel dat water geven minder snel nodig is.

Indelen

Als u een goede plek met voldoende beschutting hebt gecreëerd, kunt u beginnen met de indeling. U moet een plekje vinden voor groenteteeltvakken, paden, compostplaats, de kas of platte bak, de 'vaste planten' van de moestuin, een waterton of watertapppunt en tot slot een schuurtje of opslagplaats. Desgewenst kunnen ook kruiden en kleinfruit als bessen en bramen een vast plaats in de moestuin krijgen. Om een ideale inrichting te bereiken is het handig om een plattegrond op schaal te tekenen, waarin u de moestuinelementen op het juiste formaat inpast.

Teeltvakken

De moestuin wordt in bedden of teeltvakken ingedeeld, om de groenten die bij elkaar horen in één vak te kunnen telen. Door die groenten het volgende jaar in een ander vak te telen, krijgen bijvoorbeeld schimmelziekten die in de grond achterblijven geen kans. Bij een vruchtwisseling van één op zes komt een gewas pas na zes jaar op dezelfde plaats terug. Tegen die tijd hebben ziekten bij gebrek aan een geschikte gastheer het loodje gelegd. Ook voor de bemestingstoestand van de bodem is afwisseling gunstig. Een groente als winterwortel neemt uit de bodem veel kali op, maar weinig stikstof. Kolen nemen wel veel stikstof en ook kali op, maar weinig magnesium. Bonen en erwten kunnen zelfs stikstof aan de bodem toevoegen. Door de gewasgroepen af te wisselen worden de voedingselementen evenwichtig aan de bodem onttrokken. Een strakke indeling maakt het gemakkelijk om een goede vruchtwisseling te handhaven. Hoe groot de verschillende vakken of bedden moeten of kunnen zijn hangt af van de omvang van de moestuin, de vruchtwisseling en de gewenste groenteproductie. Een bruikbare vruchtwisseling van één op zes is: 1. aardappen 2. bonen en erwten 3. kolen 4. bladgroenten 5. vruchtgroenten 6. wortelen Dus op één en hetzelfde vak komen na de kolen de bladgroenten, daarna de vruchtgroenten en zo verder.

Vaste planten

Niet alle groenten profiteren van vruchtwisseling. Rabarber en asperges bijvoorbeeld houden er niet van om steeds verplaatst te worden en moeten dus een vast plekje krijgen. Als u kleinfruit als bessen en aardbeien wilt verbouwen, dan moet u hiervoor ook een vast plek inruimen. Met een grotere moestuin hebt u wellicht ook plek voor appels, peren, pruimen en kersen. Vruchten doen het extra goed als ze dicht tegen een zuidmuur worden geplant. De zonnewarmte die de muur overdag opvangt, straalt hij in de avond en nacht uit naar de planten. Het resultaat zijn zoetere vruchten. Voor een complete smaakvolle maaltijd uit eigen tuin ruimt u een plantvak voor kruiden in.

Compost en opbergruimte

Een moestuin kan de nodige meststoffen gebruiken. U voedt de grond kosteloos met zelfgemaakte compost. Om onnodig gesleep te voorkomen ruimt u een hoekje in voor een compostbak of -hoop. Als de moestuin wat verder van huis ligt, is een schuurtje om gereedschap, potgrond, kweekbakjes en andere hulpmiddelen in op te bergen handig. Zo'n opbergruimte biedt tevens schuilgelegenheid bij slecht weer of kan als theehuisje dienen.

Kas, tunnel of platte bak

Om vroeg met het zaaien van groenten te kunnen starten of om warmtebehoeftige planten als tomaten of komkommers te kunnen telen, is een kas, tunnel of platte bak onmisbaar. Glas houdt de ingestraalde zonnewarmte vast en zorgt zo voor een ideale groeiklimaat in de kas. Kassen of tunnels van plastic (tunnel kas) zijn goedkoper en gemakkelijker zelf te plaatsen dan glazen kasjes. Speciaal tuinbouwfolie is UV-bestendig en houdt wat warmte vast. Toch is het broeikaseffect minder groot dan dat van glazen kassen. Bovendien moet de folie na een aantal jaren vervangen worden.

Groenten uit eigen tuin; uw eigen moestuin

Aangezien groenten dagelijks deel uitmaken van ons menu, is het net zo gemakkelijk om ze in uw eigen tuin te planten. Verser kunt u de groenten niet krijgen en hoe meer soorten u plant hoe meer keus u elke dag hebt. Daarbij is het vaak een stuk goedkoper dan wanneer u ze moet kopen in de winkel

Thuis of bij de tuinvereniging?

Bent u gezegend met een grote tuin aan huis? Dan is het natuurlijk een prima idee om daar een gedeelte in te richten als moestuin. Geen ruimte voor uw eigen moestuin aan huis? Dan zijn er tal van tuinverenigingen in het land waar u uw droom kunt verwezenlijken. Informeer ernaar bij de vereniging(en) in uw woonplaats.

Wat hebt u nodig?

We gaan uit van een 'kale' tuin, waar nog niets op staat. Het eerste wat u nodig hebt is tuingereedschap. Het voornaamste tuingereedschap bestaat uit: * Een spade - voor het snelle spitwerk in schone grond. * Een schop - voor het scheppen van zand, grond enz. * Een spitvork - voor het spitwerk in 'vuile' grond, d.w.z. grond met veel wortelonkruid. * Een mestvork - voor het wegscheppen van de mest. * Kruiwagen voor kruien grond, mest, onkruid enz. In een kruiwagen gaat ongeveer 80 liter. * Een drietand - deze is er in allerlei formaten; groot, klein, met lange steel, korte steel, maar het voornaamste doel van dit gereedschap is het losmaken van de grond. Sommigen spitten niet eens meer maar maken de grond met de drietand los. * Een schoffel - ook deze zijn er in allerlei formaten, ze dienen om onkruid te verdelgen en tegelijkertijd de grond los te maken. Andere hulpmiddelen voor het verwijderen van onkruid en losmaken van de grond is de hak, een scherp blad waarmee onkruid moeiteloos wordt verwijderd. * Een hark - ook in allerlei formaten. * Een snoeischaar - voor het snoeien van struiken en bomen. * Een pootstok en/of bollenpoter. * Een onkruidsteker - met name een lange smalle steker is ideaal voor het verdelgen van onkruid. * Een gieter - want zonder water zal er weinig groeien. Dit is het voornaamste gereedschap, maar er is natuurlijk nog veel meer verkrijgbaar.

Opbergen van gereedschap

Al dat gereedschap moet natuurlijk wel ergens opgeborgen worden, het dagelijks heen en weer slepen gaat al snel vervelen, en het laten liggen is in deze tijd niet meer mogelijk. Er zijn verschillende mogelijkheden om de spullen op te bergen. De simpelste methode is de kist, hierin kunt u uw spullen kwijt en u kunt deze op slot zetten. Ook de kast is een alternatief. Hebt u wat meer geld ervoor over dan kunt u natuurlijk ook een tuinhuisje plaatsen waarin u behalve het gereedschap ook tuinmeubels en andere zaken kunt opbergen, terwijl zo'n tuinhuis natuurlijk ook ideaal is om even te schuilen bij minder weer.

Het voorbereiden van de moestuin

Begin met de voorbereidingen voor je moestuin in de herfst of winter (niet als het vriest), zodat de grond in de lente gereed is om in gebruik te nemen. De eerste stap is altijd het zwart maken van de tuin. Begin niet beetje bij beetje, maar pak het gelijk flink aan. Kijk ook wat u kunt hergebruiken, glas is handig voor het maken van een broeibak, nog goede planken kunnen nog goed elders gebruikt worden. Verwijder ook struiken en bomen. U weet vaak niet of de struiken en bomen ziektes bij zich dragen, en hoe mooi de verhalen van de vorige eigenaar ook mogen zijn, ze passen zelden in het ideale tuintje zoals u die zelf voor ogen hebt. Tot slot de vervelendste klus, het onkruidvrij maken. Laat u niets wijsmaken over wondermiddelen. De beste remedie is het met de hand verwijderen van alle wortels, en die kunnen behoorlijk diep zitten. Combineer dit met het nodige spitwerk. Eventueel kunt u gelijk bemesten met oude stalmest. Het is even werk, maar zonder zo'n start is het tuinieren bij voorbaat al tot mislukken gedoemd. Veel tuinders maken de fout om eerst snel een klein deel schoon te maken zodat daar vast iets geplant kan worden. Gevolg: de rest van de tuin blijft tijden lang braak liggen. Maak in het eerste jaar ook veel gebruik van onkruidverstikkende groenten, zoals aardappels, pompoenen e.d. Verwacht het eerste jaar ook nog geen superopbrengsten. De bonen en sla zullen bij de 'ervaren' buurman veel beter groeien en zijn oogsten zullen veel beter zijn, maar ook hij is ooit begonnen. Met compost, mest en kalk verrijkt u de grond.

Het planten kan beginnen

In tuincentra kunt u sommige groenten, zoals een tomaat of aardappel, als een plantje kopen. Zo bent u eerder gegarandeerd van opbrengst van de moestuin dan wanneer u moet wachten tot een zaadje een plant is geworden. Maar er is natuurlijk niks mis met het gebruik van zaad. Sommige zaadjes, bijvoorbeeld die van de courgette, moet u eerst voorkiemen voordat u ze in de grond stopt. Andere moet u direct in de grond zaaien. Op de verpakking van het plantje of de zaadjes staat precies hoe en wanneer u de plant moet poten. Tip: het is handig om een middenpad en zijpaden te maken tussen de groentevakken, zodat u gemakkelijk kunt zaaien en oogsten en de tuin kunt verzorgen. Tip: plant de groente in rechte lijnen. Zo blijft het voor u herkenbaar waar de groente staat en maakt het ook makkelijker om onkruid te wieden.

Wat gaan we planten?

U kunt ervoor kiezen om de tuin vol te zetten met aardappels, uien en andijvie. Leuker is het om eerst een lijstje te maken van welke groente u en uw familie lekker vinden. Hebt u een kleine moestuin, dan kunt u misschien beter voor de wat duurdere, bijzondere groenten als aubergines kiezen. Aardappels en uien zijn ook goedkoop te verkrijgen in de supermarkt. Door telkens op dezelfde plek één soort groente te telen, verarmt u niet alleen de grond maar vergroot u ook de kans op ziektes. Een eenvoudig wisselschema bestaat uit vier vakken: wortelgroenten, bladgroenten, koolsoorten en vruchten. Als u deze groente elk jaar een vak opschuift, houdt u de grond in optimale conditie. Enkele suggesties: - Aardbei Aardbeien houden van een wat lichtzure grondsoort die goed ontwatert. Vooral in de wintermaanden mag er geen water rond de wortels blijven staan, want dit veroorzaakt direct wortelrot. Kweekt u de aardbeien in de moestuin in bedden, dan is het handig de grond iets te verhogen. Voorkom ziekten en leg jaarlijks een nieuw bed aan, deel de planten, verwijder oudere stukken en plant de jong gevormde plantjes uit. Een aardbeibed dient goed bemest te worden voor een rijke oogst. Organische mest, zoals stalmest of gedroogde mestkorrels, geeft u in het najaar. Aardbeien in bedden plant u meestal in rijen, de plantafstand is ongeveer 25 cm. De beste tijd om een nieuw bed aan te leggen is de maand augustus. Bij het planten is het erg belangrijk dat het hart van de plant (het houtige dikkere deel, precies onder het punt waar de stengels ontspringen) zich net boven de grond bevindt. Na het planten, goed aandrukken en bewateren. Bij zeer zonnig weer kunt u de jonge plantjes afdekken met bijvoorbeeld oude kranten. Haal die 's avonds weer weg, anders verdrogen de planten. Zodra de planten gaan bloeien, geeft u regelmatig water. Tijdens de bloei kunt u eventueel wat bemesten met kaliumrijke, in water oplosbare meststof. Als de vruchten gaan rijpen kunt u een laagje stro rond de planten aanbrengen, zo blijven de aardbeien mooi schoon. - Courgette Courgettezaden zijn vrij groot, deze kunt u het beste in een kweekbakje zaaien, of in een potje of ondiep bakje met wat huishoudfolie erover. Wel een paar kleine gaatjes in het folie maken voor de luchtverversing. U kunt ze vanaf april / mei zaaien. Zijn de plantjes bovengekomen, kweek ze dan verder op in potjes. Begin juni kunnen de plantjes de grond in. Goed inwateren natuurlijk. Courgette houdt wel van veel zon. Geef de plantjes ook goed de ruimte. Eén plant kan best wel een vierkante meter in beslag nemen. In een korte tijd zult u de plantjes zien uitgroeien tot ware reuzen die prachtige heldergele bloemen produceren. Er zijn mannelijke bloemen, die op lange, dunne stelen staan, en vrouwelijke, die kortere stelen met een verdikking hebben. Deze laatste worden de courgettes. Als u wat bijmest, blijven de planten in een goede conditie en zullen er zeker veel vruchten van af komen. Draag tuinhandschoenen als u de vruchten afsnijdt; snijd een klein stukje stengel mee af. - Rabarber Rabarber plant u rond november en u zet ze ongeveer 90 centimeter uit elkaar. De plant gaat ongeveer acht jaar mee. Van rabarber eet u de rode stelen. Deze zijn smaakvol en samen met het grote blad van de rabarber ook een opvallende plant in de tuin. Omdat de plant zo groot wordt, creëert u tegelijkertijd ook massa. - Radijs Radijsjes zijn vaak best scherp. U kunt dit beïnvloeden door tijdens het kweken veel water te geven. Hierdoor worden de radijsjes minder scherp van smaak. Als u het goed doet, wordt uw radijs rood. Maar er zijn ook witte radijzen. Eet u eigenlijk alleen radijzen als hapje op verjaardagen? Jammer, want ze zijn erg voedzaam! - Rucola Het duurt ongeveer vijf dagen voordat de rucolazaadjes ontkiemen. Laat ze hierna groeien tot ze ongeveer tien tot vijftien centimeter zijn. Rucola is lekker in de sla, maar kan ook als groente op zichzelf worden gegeten. De bladeren hebben een nootachtige, scherpe smaak. In rucola zit veel vitamine c, maar ook veel nitraat. Als u hier teveel van eet is het giftig, dus pas op. - Sla Sla in de tuin kweken, kan het hele jaar door. Het ligt hierbij aan de soort die u plant. De groente doet het goed op vele soorten grond, als het maar voedzaam en vochtig is. U kunt zaaien wanneer het droog is, de temperatuur boven de 10 graden is en het liefst zo laat mogelijk op de dag. Zorg er voor dat de grond constant goed vochtig is. Bespuit de sla wel met een middel tegen luizen. - Spinazie De zaadjes van spinazie zijn rond of scherp. Dit is een groente die heel snel groeit. Vaak kunt u de plantjes al vroeg in het voorjaar oogsten. Ondanks dat spinazie als aller-gezondste groente wordt beschouwd, werd het vroeger vooral gebruikt als laxeermiddel. - Tomaat Omdat u tomaten in heel wat gerechten kunt verwerken, mag deze plant in een groentetuin niet ontbreken. Daarbij staat de kleur lekker fris in de tuin. Plant de tomatenplant niet voor mei en doe dit op een beschutte, zonnige en windvrije plek. Tenzij u over een kas beschikt, hiermee kan u al vanaf eind maart aan de slag met tomaten. De tomaat kan op veel grondsoorten geteeld worden. Als ze maar rijk zijn aan organisch materiaal en een goede waterafvoer hebben. Wanneer de tomaten groen zijn, mag u ze al plukken. Binnen kunt u ze dan verder laten rijpen. Dit kunt u bijvoorbeeld doen wanneer het buiten wat kouder begint te worden. - Wortel Wortelen zijn erg gezond en ze zelf kweken in de tuin is heel makkelijk. Er zijn zomer- en winterwortelen. Plant de zomerwortelen in een onbemeste grond op een zonnige plek. Plaats ze ongeveer zes centimeter uit elkaar. Vermeng het wortelzaad met radijs zodat het uitdunnen eenvoudig gaat. Zaai wortelen niet tussen april en juni, want dan is er grote kans op ziekten.

Niet doen!

Zet sla en peterselie niet naast elkaar. Sommige planten geven stoffen af waar de andere plant niet goed tegen kan. Dit geldt ook voor: prei naast wortel, rode biet of tomaat, pompoen naast aardappels en knoflook naast aardbeien.

Het verzorgen van de moestuin

Na het planten van groenten of vaste planten trekt u met de hand een sleuf rondom de plant. Als u de volgende dagen water wilt geven, blijft dit netjes in de omwalling en dicht bij de wortels van de planten zonder dat het gietwater weg loopt naar alle richtingen waar het minder nuttig is. In de moestuin kunt u na het planten van een rij groenten zoals bijvoorbeeld sla ook een geul maken waardoor u de pas aangeplante gewassen makkelijk kunt bevloeien zonder er doorheen te stappen. Hierbij blijven ook de bladeren droog en vrij van schimmelziektes. Bij tomaten en paprika's en dergelijke kunt u ook de bloempot waarin het plantje zat naast het plantje ingraven om daar water en voedsel in te doen tijdens het verdere groeiseizoen. Een afgesneden trechter van een petfles werkt hierbij even goed. Geef bij het planten steeds ruim water in het plantgat. Dit is niet in de eerste plaats voor groei van de planten, maar wel voor de wortels. Het water zorgt ervoor dat de wortels niet uitdrogen en afsterven waar de plant door afsterft, maar vochtige wortels zullen juist nieuwe haarworteltjes vormen die instaan voor de wateropname. Probeer wekelijks de moestuin te hakken zodat de bovenste grondlaag los komt te liggen. Die bovenste paar cm droogt uit en doorbreekt de capillaire haarbuiskracht die het bodemwater anders tot aan het grondoppervlak brengt. Hierdoor zal de ondergrond minder snel uitdrogen en hoeft u de moestuin minder vaak te gieten en bent u ineens ook van het onkruid af. Onkruid gebruikt trouwens ook water dat voor uw groenten of sierplanten kan dienen. In de moestuin kunt u rond planten ook een mulchinglaag met afgereden grasmaaisel aanbrengen. Het mulch onderdrukt het onkruid. Daarnaast blijft de bodem onder de laag schors, compost of maaisel ook koeler en de bodem zal minder snel uitdrogen daar het vocht uit de grond niet kan verdampen. Gebruik bij voorkeur regenwater. Plaats regentonnen of verzamelbakken aan regenpijpen van tuinhuisjes, stallen enz. Het natuurlijke, gratis, regenwater is goed voor alle planten - in leidingwater zit er meer kalk - en het is ook nog eens beter geschikt is voor zuurminnende planten.

Wie zaait zal oogsten

Wanneer kunt u uw groente oogsten? De meeste groente zal in de maanden juli tot en met oktober volgroeid zijn. Een exacte periode is moeilijk aan te geven, dit hangt af van het soort groente. Beste manier om te weten of de groente rijp is, is om het te proeven. Laat de groente in ieder geval niet te groot worden, hierdoor verliest het veel smaak. Wortels moeten echt oranje zijn, tomaten rood en uien kunt u oogsten zodra de plant die boven de grond uitsteekt is verdord. Krijgt u niet alle groente in één keer op, dan biedt de vriezer een uitkomst. Alle groente kunnen in principe ingevroren worden. Wel geldt de regel: hoe meer vocht een groente bevat, hoe slechter hij tegen kou kan. Sla zal snel in snot veranderen. Voordat u groente invriest, moet het eerst geblancheerd worden. Breng een pan water aan de kook en voeg de groente toe. Zodra het water weer kookt, zet u de kookwekker op drie minuten. Na de kooktijd kunt u de groente onder stromend water later afkoelen. Verpak vervolgens de groente zo snel mogelijk en luchtdicht en stop ze in de vriezer.

Ecologisch tuinieren

Ecologie is de leer van de betrekkingen tussen dieren, planten, mensen en hun omgeving. Ecologische landbouw is een systeem dat rekening houdt met die ecologische factoren, met al die onderlinge relaties, en wel op zo'n manier dat geen van de andere factoren schade ondervindt. Je kunt 'ecologisch' dus vertalen als milieuvriendelijk, met zo weinig mogelijk milieubelasting of -vervuiling, of zelfs met een positief effect op natuur en milieu. Zowel 'biologisch' als 'ecologisch; duiden aan dat er met de natuur rekening gehouden wordt. Het nuanceverschil zit hem vooral hierin dat 'biologisch' voornamelijk verwijst naar de gevolgen voor de eigen gezondheid, terwijl 'ecologisch' de gevolgen van de omgeving benadrukt. Wat onder de term 'ecologisch' valt, kan altijd ook 'biologisch' genoemd worden. Het omgekeerde is niet altijd waar. Een voorbeeld: zeewierkalk is een biologisch product. In een teeltsysteem dat zich 'ecologisch' wil noemen hoort het echter minder thuis, omdat bij massale ontginning van zeewierkalk een ecosysteem (de Bretonse kust) in de war gestuurd wordt. Alles wat een schadelijk effect heeft op het milieu, wordt door ecologische tuinders bewust zoveel mogelijk achterwege gelaten. Zij zadelen hun omgeving niet op met moeilijk afbreekbare giftige stoffen, afkomstig van bestrijdingsmiddelen. Een belangrijke reden om geen kunstmest te gebruiken is voor hen het feit dat de aanmaak ervan heel veel niet-hernieuwbare energie vraagt. Bemestingstechnieken die watervervuiling in de hand werken, keuren ze af. Via de composthoop recycleren ze zoveel mogelijk organisch materiaal. Ze gebruiken alleen minerale meststoffen die bij de ontginning het ecologisch evenwicht ter plaatse zo weinig mogelijk verstoren en geen nare gevolgen voor het milieu hebben. En bovenal zorgen ze niet alleen voor onbespoten groenten, maar ook voor het behoud van de bodemvruchtbaarheid. Zonder dat kostbare goed is er immers geen enkel duurzaam landbouwsysteem denkbaar. Bedenk bij dit alles dat het er wel toe doet wat ieder in zijn kleine of grote tuin doet. Alleen al in België zijn de particuliere tuinen samen goed voor duizenden hectares grond!

Tip: bladluis

Bladluis is een probleem voor vele boeren. Ook in India. Maar daar hebben ze nu iets op gevonden: cola. Reeds honderden boeren gebruiken dit goedkoop alternatief voor de dure pesticiden. En met succes: na één sproeibeurt op hun katoenvelden is het resultaat merkbaar.

De moestuin in maart

- kweek bladsla, prei, uien, selderij en alle koolsoorten in kleine potjes of zaaibakjes. Zo ontwikkelen ze een sterk wortelstelsel en zijn ze beter bestand tegen verplanten - zaai groenten niet te vroeg, tenzij u over een tuinkas beschikt. Wacht buiten tot april; de planten halen hun achterstand razendsnel weer in, omdat de zon dan al meer kracht heeft. Zo krijgt u groente met een goede weerstand. Of koop in april plantjes op de markt of in tuincentra.

De moestuin in april

- laat basilicum kiemen bij 20 tot 25 graden Celsius. Kweek de plantjes op een warme, lichte plek verder en zet ze eind mei buiten - lucht de broeikas regelmatig bij warm weer - bedek de eerste aanplant buiten met vliesdoek of tunnelkasjes - zaai spinazie, erwten, bladsla, dille, kervel, tuinkers en peterselie nu in de volle grond - zaai groenten op goed doorlatende bodem. Blijven er plassen regenwater liggen, werk dan compost en mest door de grond en leg zo nodig drainagebuizen aan - laat vroege aardappels op een lichte plek bij tien graden Celius voorkiemen. Leg ze dicht opeen, zodat de spruiten niet te lang worden. Laat per aardappel maximaal vijf spruiten zitten en plant ze in de volle grond - zet stokjes tussen de zaaibedden en span hier draden met stoken aluminiumfolie of plastic zakjes tussen, om de vogels weg te houden - bedek de paadjes tussen de zaaibedden met sto. U loopt het vanzelf in en als het herfst is, werkt u het door de grond. Leg volgend jaar de zaaibedden aan op de plekken waar nu de paadjes liggen.

De moestuin in mei

- zaai koriander in volle grond - na Ijsheiligen kunnen vorstgevoelige groenten als courgette en komkommer de volle grond in - hoog de grond rondom koolsoorten en aardappels op (= aanaarden); zo ontstaan er meer ondergrondse stengels en zijn de knollen beter beschermd tegen vorst en zonlicht - plant goudsbloemen (Calendula officinalis) naast de tomaten om ongedierte op afstand te houden - stro beschermt aardbeien tegen rot en slakken - vermeng wortel- met korenbloemzaad voor een spectaculair effect. Bijkomend voordeel: u hoeft de wortelplantjes niet meer uit te dunnen.

De moestuin in juni

- muchen maar, dat scheelt een hoop geschoffel - oogst asperges en rabarber tijdig. Na Sint-Jan (24 juni) zijn ze niet meer lekker - wat rijp is, meteen oogsten en verwerken. Verse groente is niet te versmaden.

De moestuin in juli

- zaai een tweede ronde basilicum en koriander - zaaigoed in de volle grond blijven uitdunnen, zodat de overgebleven planten sterker worden - blind bosjes rozemarijn en tijm bijeen en hang ze te drogen - tomatenwortels hebben veel water nodig, maar het blad houdt niet van nat. Zet tomaten in natte zomers daarom in een kasje - zaai lege vakken in de moestuin in met groenbemesters als koolzaad (Brassica napus), klaver (Trifolium) en mosterplant (Sinapis alba). Om ziekten te voorkomen, kunt u het best groenbemesters en telkens nieuwe gewassen uit andere plantenfamilies kiezen. Zaai na erwten bijvoorbeeld mosterd en na koolrabi lupines - zaai ook late groenten, zoals radijs, rode biet en koolrabi - oogst vroege aardappels tot half juli en latere rassen van augustus tot september

De moestuin in augustus

- oogst groenten zodra ze rijp zijn. Armdikke courgettes smaken nergens naar - leg geoogste uien op een goed geventileerde plek te drogen - kijk uit naar boerenkoolplanten (bij tuinders of op de markt). Plant ze in bedden van de geoogste erwten of bonen - koop om het andere jaar aardbeienplanten en zet ze in een leeg plantenvak - zaai winterharde veldsla aan het einde van de maand in een leeggekomen vak

De moestuin in september

- geef pas aangeplante aardbeien water en mest - geef rijpende groenten ruim voldoende water - deel rabarberplanten en plant ze vijf centimeter dieper weer terug, met wat compost - geef ook compost aan de andere gewassen

De moestuin in oktober-november

- leg nu al nieuwe plantvakken aan. Maak de grond los en laat alles verder rusten. Doe hetzelfde in de bestaandde, lege plantvakken - zaai veldsla, rucola en spinazie voor de winteroogst - vorst doet de moestuin goed. Het omzetten van water in ijs duwt grote grondblokken uit elkaar tot de fijnste kruimels. Daardoor zijn ze volgend jaar in staat zich ideaal te vermengen met voeding en wordt de tuin extra plantvriendelijk. Profiteer van de vrieskou om de de kruiwagen compost of stalmest over de tuin te verdelen. Hoe vaak u ook heen en weer rijdt, u drukt de aarde niet dicht en de grondkwaliteit blijft optimaal. Vorst is natuurlijk wel een probleem voor onder andere artisjok. Gebruik de 'cloches' of glazen klokken om hen extra te beschermen.

Een moestuin veel werk?

Niet wanneer je voor vaste groenten kiest. Deze soorten hoef je maar één keer te planten en vervolgens kun je jarenlang van oogsten: - aardpeer (Helianthus tuberosus) - rabarber (Rheum rhabarbarum) - artisjok (Cynara scolymus) - groene en paarse asperges (Asparagus officinalis) - veldzuring (Rumex acetosa) - zeekool (Crambe maritima) geen moestuin




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas