zaaiseizoen

Zaaiseizoen: maak zelf je zaadjes groot en sterk

Door planten en kruiden eerst in potjes op te kweken in de kas, neemt u een voorsprong op de seizoenen... en op de tuin van uw buurman.
Februari en maart zijn ideale zaaimaanden (zaaitips), al moet dat dan voor de meeste planten in een verwarmde kas. Vaak wordt teruggegrepen naar zaadrestjes van de voorbije jaren. Maar hoe ouder het zaad, hoe meer het aan kiemkracht inboet. Test daarom steeds oude zaden via een kiemproef: zaai tien zaden op een rijtje en tel na veertien dagen hoeveel ervan groeien. Zijn het er minder dan zes, beschouw het zaad dan als waardeloos en koop nieuw. Zaden bewaart u trouwens het best in hun gesloten verpakking en/of in een blik dat lucht- en lichtdicht is en dat bij ijskasttemperatuur. Zorg ook altijd voor de beste kiemomstandigheden. Gebruikt u pvc- of aadewerktpotten, zet ze dan enkele dagen voor het zaaien in een sopje van natuurlijke (groene) zeep of in water. ChemicaliŽn zijn uit den boze. Het schuren en spoelen zorgt ervoor dat alle aarderesten - maar ook ongedierte en schimmelsporen die er onder verstopt zitten - worden weggewassen. Kies resoluut voor het vullen met zaai- en stekgrond. Die is licht en luchtig, kan perfect vocht vasthouden en is vrij van alle mogelijke onkruidzaden. Iets wat niet kan gezegd worden van tuinaarde. Haal de nodigde aarde al enkele dagen voor het zaaien in huis. Zo is hij aangenaam warm als u gaat zaaien. Vul er de zaaipotjes mee en laat ze een uurtje water zuigen in een bassin waarin u een bodempje water giet.

Groeien maar

Ruim bemeten zaden van pompoenen, meloenen, courgettes, balsempeer en andere grote hebbedingen legt u apart, elk in een potje. Van minder uitbundige groeiers legt u de hanteerbare zaden per twee of drie in een potje. Later worden de twee zwakste plantjes weggeplukt zodat de sterkste verder zijn gang kan gaan. Het is een ideale manier van kweken voor bijvoorbeeld tomaat en artisjok. Knolvenkel, selder en kolen worden uitgezaaid over het hele oppervlak van de pot. Ze moeten dan later verspeend worden. Dat betekent dat ze, eens ze hun eerste echte blaadjes tonen, uit de grond worden getild en ofwel op afstand worden gezet ofwel ineens in aparte potjes geplant. Kruiden en smaakmakers zoals peterselie, kervel en basilicum, maar ook lobelia en andere fijne zomerbloeiers mogen in groepjes gezaaid worden en zo verden groeien. Alle zaden moeten intens contact hebben met de aarde om in groei te komen. Vandaar dat ze ondergestopt worden met gezeefde aarde of een ander luchtig materiaal. Dik hoeft dat laagje niet te zijn. Als de zaadjes maar afgeschermd zijn van het licht en zich ondergestopt voelen. Druk de aarde even aan, best met een plankje. Vingers prikken gaatjes waarin zich vocht verzamelt en schimmel groeit. Vanaf dan moeten de zaadjes warmte hebben: 18 tot 20į c bodemwarmte is voor de meeste ideaal, daarom dat doorgedreven tuinliefhebbers hun zaailingen op een warmtematje (warmteonderleggers)of in een propagator - een minikasje met bodemverwarming- (digitale propagator)zetten. Warmte is nodig, maar vocht ook. Vandaar dat de potjes de kans kregen zich vol te zuigen. Dat vocht stijgt tot bij de zaadjes en vedampt natuurlijk ook. Door het afdekken met een glasplaat of plastic vel of door het gebruik van een minikas houdt u het vocht gevangen. Dagelijks even luchten zorgt voor de nodige zuurstof en voorkomt tegelijk schimmelplagen. Voelt de aarde droog aan, zet de potjes dan opnieuw in een kom met water. Kan dat niet of zijn het er te veel, nevel dan water over de potjes of giet met een heel fijne broes.

Doorgroeipotjes

U kunt zich ook doorgroeipotjes aanschaffen. Ze zijn in turf, papier of ander organisch materiaal dat de wortels niet tegenhoudt. De wortels priemen erdoor, maar stoppen dan toch hun lengtegroei omdat ze buiten het potje alleen maar lucht ontdekken. Binnen in de kluit gaat de wortelontwikkeling ongeremd verder, met als resultaat een sterk vertakte wortelkluit als basis voor een gezonde plantengroei. Bij het uitplanten gaat het potje mee de grond in. De plantenwortels worden bijgevolg niet beschadigd, maar krijgen in volle grond volop doorgroeimogelijkheden. In welke potjes ze ook worden opgekweekt, zaailingen zijn en blijven tere kasplantjes. Daarom dat ze enkele weken voor het uitplanten moeten wennen aan buitentemperaturen. Elke mooie lentedag zet u de ramen en deuren van de tuinkas open of verhuist u de bijna plantbare plantjes naar buiten. 's Nachts moeten ze vanzelfsprekend terug naar binnen. De meest kunnen niet eens een graadje vorst overleven. Tuinbonen en erwten zijn niet echt vorstgevoelig en kunnen doorgaans al in februari in volle grond worden uitgezaaid. Toch biedt voorzaaien ook hier voordelen. Zo neemt u weken voorsprong op het echte zaaiseizoen. Op het ogenblik dat uw buurman begint te zaaien, hebt u al stevig ingewortelde plantjes die zo naar buiten kunnen en zelfs voldoende sterk zijn om vogelvraat te overleven. Hetzelfde trouwens voor ajuin en sjalot, die u uiteraard niet zaait, maar plant. Plant ze in potjes en breng ze in de kas in groei. Binnen enkele weken kunnen ze als krachtig plantgoed in de tuin uitgezet worden. Voor struik- en staakbonen in ale mogelijke variaties is het dan weer de ideale methode om geen last te hebben van slechte kiemomstandigheden door vocht en koude. Ook zonnebloemen en suikermaÔs hebben baat bij voorkweken in potjes. Waar u anders pas begin mei kan zaaien, start u dan al weken vroeger. Tegen midden mei pakt u uit met sterkte planten die heel wat vroeger in bloei komen. Zo zal u van de suikermaÔs al in juni of juli kolven kunnen oogsten. zaailingen Vraag nu de complete prijslijst 'kassen' aanzaaikalender kas




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas