kuipplanten kas

.

Kuipplanten in de kas

Kuipplanten verrijken voornamelijk terrassen, binnenpleinen, maar ook de tuin en eigenlijk elke omgeving waar ze een aantrekkelijke blikvanger zijn. Als solitair komen ze bijzonder goed tot hun recht. In de zomer kunt u ze gemakkelijk verzorgen. Let er wel op dat u ze geen water vergeet te geven. Te weinig mest kan hun bloei duidelijk beperken. Als de overwintering in de herfst voor de deur staat, hoeven eigenlijk alleen mensen met een kas zich geen zorgen te maken. De herkomst van kuipplanten kan variėren van Zuid-Amerika via het Middellandse Zeegebied tot Aziė. De meeste planten willen overwinteren op een koele plaats of nemen daar genoegen mee. Andere, zoals citrusplanten, voelen zich dikwijls (naargelang de soort) goed bij 16° C. De soorten die in een warmere omgeving willen overwinteren, zijn altijd groen en bloeien gedeeltelijk zelfs in de winter. Voor sommige is een gematigd warme wintertuin beter dan een kas. Van kuipplanten hebt u decennialang plezier, als u ze tijdens de zomer juist verzorgt. Naarmate de zomer vordert, worden de planten sterker. In de kas begint het kuipplantenjaar in de herfst, voordat de planten in de kas worden ondergebracht. Eerst moet u de planten onderzoeken op schimmelvorming en verwijdert u alle beschadigde of verwelkte bladeren.

Verzorging van de kuipplanten in de kas, hun winterverblijfplaats.

Snoeien doet het volgende seizoen groeien. Kuipplanten met zachte bladeren, zoals fuchsia's, margrieten, bourbonroosjes of viooltjesbomen, worden in de herfst goed gesnoeid. U hoeft daarbij niet al te voorzichtig te zijn, alleen mag u de bladeren niet kapotsnijden. Planten met harde bladeren, zoals laurierbomen, oleander of buxus, worden niet genoeid. Laat ook planten zoals sinaasappelen en citroenen, die eigenlijk warmer moeten overwinteren, verder groeien. Als de kuipplanten in de kas zijn ondergebracht, wordt er veel belucht, zodat de vruchten volledig kunnen rijpen. Al vanaf januari kunnen zonovergoten dagen de groei versnellen, maar ook hier helpt alleen tijdig beluchten. In de koude kas mogen overwinterende kuipplanten niet bemest worden en maar weinig water krijgen. In maart en april is er bij de kuipplanten al echt wat gaande. Van winterrust geen spoor: alle planten kiemen en ontspruiten. De nieuwe scheuten zin echter nog zwak, want zo vroeg in het jaar krijgen de planten nog niet genoeg licht om zich normaal te kunnen ontwikkelen. Later in de openlucht zouden ze op die 'zwakke plaatsen' licht kunnen knakken. Fuchsia's, geraniums en andere kuipplanten met zachte bladeren moeten dus in maart of april (naargelang het weer) nog een keer worden gesnoeid. Daarbij mag u opnieuw niet te schuchter te werk gaan. Planten met harde bladeren (citrusgewassenn, camelia's en oleander) en planten met houtachtige stengels mag u dan ook snoeien, maar wel heel voorzichtig. Fuchsia's en margrieten behouden hun kogel- of piramidevorm. Alle scheuten die tegen elkaar groeien, worden verwijderd. Let er bij het snoeien op dat ook in het binnenste van de planten licht komt. De zichtbare uitloopknoppen vóór de snoeiplaats worden zo gekozen dat rekening wordt gehouden met de richting waarin de toekomstige scheuten zullen groeien.

Kuipplanten zaaien:

even verschillend als de grote verscheidenheid aan planten. Veel zadenverkopers en gespecialiseerde tuincentra bieden een groot assortiment aan. Ook vermeerdering door stekken is gebruikelijk. Planten, verpotten: meestal vanaf februari of maart, als er nieuwe scheuten op de planten komen. Grote exemplaren krijgen niet elk jaar nieuwe aarde. Het volstaat om met een schepje of een harkje voorzichtig de bovenste aardlaag af te krabben en door een nieuwe te vervangen. Probeer daarbij de wortels zo weinig mogelijk te beschadigen. Als de baal al helemaal vol met wortels zit en er dus geen aarde meer uit kan, moet u verpotten. Als u geen grotere pot wilt nemen of de plant in uw lievelingspot staat, kunt u een trucje toepassen: eerst snijdt u met een scherpe, schone zaag 2 tot 3 wiggen uit de wortelbaal, zoals taartstukken. Houd daarbij altijd minstens 10 cm afstand van de stam. Daarna kunt u de baal in de oude plantenbak leggen en de gaten met nieuwe aarde opvullen. Bemesting: alle planten die niet omgepot zijn, worden pas vanaf februari bemest. Gebruik eerst een stikstofrijke meststof, vanaf maart een evenwichtige, complete meststof en vanaf mei bloeimest. Omgepotte planten worden pas vanaf mei opnieuw bemest, afhankelijk van de kwaliteit en het mestgehalte in de gebruikte aarde. Daarna wordt bloeimest gebruikt. Kuipplanten moeten in het voorjaar aanvullende voedingsstoffen krijgen, bijvoorbeel ijzer, zwavel, boor, enz. Bloeitijd: meestal tijdens de zomer. Doorgewinterde soorten bloeien maandenlang. Door een onderplant, bijvoorbeeld bij een hoge stam met lobelia of zeeschildzaad, kunt u nog meer en langere bloesems hebben. Temperatuur: afhankelijk van de herkomst moeten de meeste eerder koel ovewinteren, maar met zo veel mogelijk licht.

In de kas:

de beste oplossing om de kuipplanten te laten overwinteren. In principe kunnen ze in de kas dan beter koel in plaats van warm staan. Hoe slechter de verblijfplaats van de kuipplanten tijdens de winter is (donker, warm), hoe minder lang ze er mogen blijven. U brengt ze er dan het best laat in onder en haalt ze er vroeg weg. Plantenbescherming: ongedierte, vooral luizen, brengt 's winters heel wat last met zich mee. Buiten valt het soms zelfs niet op. Hang prefentief gele kleefplaten op. Vers groen is ook interessant voor slakken. In de winterverblijfplaats kunnen ze, in tegenstelling tot in de tuin, 's nachts gemakkelijk worden opgespoord met een zaklantaarn. In de winterverblijfplaats stoppen ook mieren vroegen met hun winterslaap dan in de tuin. Ze zorgen ervoor dat luizen zich kunnen verspreiden. Bestrijd mieren dus altijd meteen. Spintmijten, wol- en schildluizen houden zich gedeisd in de winterverblijfplaats. Let daar vooral op voor u de kuipplanten in de kas onderbrengt.

De benaming kuipplanten is willekeurig gekozen.

De planten worden gewoon naargelang hun gebruik zo genoemd. Naast de klassieke kuipplanten (van Abutilon tot Citrus) worden vandaag ook heesters en struiken tot de kuipplanten gerekend. Meestal gaat het om variėteiten van meerdere jaren oud. Vraag nu de complete prijslijst 'kassen' aan Klik hier voor uw dichtsbijzijnde dealer

Een aantal voorbeelden van kuipplanten

- Ipomoea learii:

Een snel groeiende klimplant met frisgroen blad en stengels die zich overal omheen draaien. Opvallende, diepblauwe tot paarse, klokvormige bloemen. De Ipomoea learri bloeit eindeloos door: elke bloem bloeit slechts van de vroege ochtend tot in de middag. Bij ons bloeit de plant tot het einde van de zomer. Eisen: een voedzame grond, veel warmte en een zonnige standplaats. De plant verdraagt absoluut geen vorst en moet in het najaar op tijd naar binnen in de kas.

- Nerium Oleander:

Een typische plant van het Middellands Zeegebied. Daar groeit hij in het wild. Vraagt heel veel water, veel voeding en zoveel mogelijk zon. Dat is het geheim van een goede bloei. De enkelbloemige variėteiten groeien en bloeien in ons land het beste. Overwinteren in de kas bij een temperatuur tussen 0 en 12° C.

- Bougainvillea:

Een uitbundig, bloeiende plant. Eveneens afkomstig uit het Middellands Zeegebied. Vraagt heel veel warmte, niet te veel water. Naar de herfst toe verminderen met water geven. Overwinteren in een kas van 5 tot 10° C.

- Clerodendrum myricoides 'Ugandense':

Afrikaanse plant. Bloeit van begin mei tot september. Vraagt veel zon en warmte. Deze Clerodendrum overwinteren in een kas van 5° C. Bij het naar binnen halen, stevig terug snoeien.

- Trachelospermum jasminioides:

Familie van de maagdenpalm. Vraagt een warme en beschutte plek. Overwinteren in de kas bij een temperatuur van 5° C.

- Thunbergia battiscombei:

Van oorsprong een klimplant. Als kuipplant wordt de struik ongeveer 75 cm hoog. Deze kuipplant kan absoluut niet tegen vorst. Overwinteren in een kas is dan ook noodzakelijk.

- Cestrum:

Afkomstig van Zuid- en Midden-Amerika. Bloeit van vroeg in het voorjaar tot laat in de zomer. Deze kuipplant vraagt ee zonnige plek, ze heeft behoefte aan veel water. Overwinteren in de kas bij een temperatuur van maximum 5° C.

- Citrus:

Voorbeelden: citroenen, mandarijnen, sinaasappels, grapefruits en kumquats. Alle citrussen zijn bladhoudend en hebben een donkergroen, leerachtig blad. Overwinteren in een lichte, koele kas bij een temperatuur van 5 tot 10° C. Tijdens de winter weinig water geven. Citrusvruchten zijn gezond: limoenen, pompelmoezen en sinaasappels zijn gezond. Dat zei oma ook al, heel lang geleden. In het tijdschrift 'American Journal of clinical nutrition' stond dat het drinken van een paar glazen sinaasappelsap al volstaat om het gehalte goede cholesterol in het bloed op te krikken. Daardoor zouden aderverkalking en hartproblemen minder kansen hebben. Eén glas per dag bewerkte al een stijging van 5%, drie glazen waren goed voor 21% meer goede cholesterol. Oma heeft weer eens gelijk. Wie zich als tuinier in vorm wil houden, zou dus voor puur en ongezoet sinaasappelsap kunnen kiezen. Citroen- en limoensap helpt ook. Misschien kunt u een limoen als kuipplant in de kas houden, als herinnering aan al het goede dat oma wist te vertellen.

- Brugmansia:

Afkomstig uit Latijns-Amerika. Familie van de aardappel en tomaat. Nederlandse naam: Engelentrompet. Hoe meer ruimte de wortels hebben, des te royaler de bloei. Deze kuipplant vraagt veel water. Overwinteren in de kas bij een temperatuur van 5 tot 10° C.

- Arbutus unedo:

Een wintergroene kuipplant. Houdt van veel zon, wel beschutten tegen harde wind. Overwinteren in de kas bij een temperatuur van 3 tot 8 ° C.

- Musa basjoo:

Deze kuipplant groeit wel tot 3 m hoog. Tropisch uiterlijk. Vrucht: kleine, oneetbare bananen.

- Abutilon:

Deze kuipplant vraagt een warme, zonnig plek. Vraagt veel water en een maal per week mest.

- Lantana camara:

Staat bekend om zijn rijke bloei. Vraagt veel water. De beste plaats is in de volle zon.

Schadelijke insecten

Schild- en dopluizen op kuipplanten: deze insecten leiden een verborgen leven, vaak aan de onderkant van het blad waardoor men ze meestal laattijdig opmerkt. Afhankelijk van de soort komenze voor in kleinere of grotere kolonies.

De afscheiding van honingdauw met daarna de ontwikkeling vande zwarte roetdauwschimmel is meestal een indicatie dat insecten aanwezig zijn. Bij het waarnemen van dit verschijnsel moet men nagaan met welk schadelijk insect men te doen heeft. Schildluizen: vrouwelijke schildluizen zijn afgedekt met een hard schildje met een witgrijze tot bruingrijze kleur. Het schildje is van het insect het enige zichbare deel dat men kan waarnemen. Mannelijke volwassen schildluizen zijn duidelijk verschillend van de vrouwelijke en zelden groter dan 1 mm. Ze hebben een duidelijke kop, borststuk en achterlijf en één paar vleugels. Ze zoeken de vrouwtjes op om deze te bevruchten en leven slechts enkele uren tot 2 dagen. Onder het schildje van het bevruchte vrouwtje komen eieren tevoorschijn. De larven verspreiden zich over de plant, zuigen zich dan vast en blijven ter plaatse gedurende hun ganse leven om daar plantensappen op te zuigen. Groeiremming, verkleurde bladeren tot bladafval kan het gevolg zijn van de zuigschade. Dopluizen: vormen een groter probleem dan de schildluizen. Bladeren die plakkerig worden en nadien zwart zijn door de roetdauwschimmel moet men goed controleren. Dopluizen kan men aantreffen op scheuten, bladstelen en bladeren. Bestrijding: een natuurlijke vijand van schild- en dopluizen zijn lieveheersbeestjes. Indien er weinig insecten aanwezig zijn kan men met een sponsje gedopt in zeepsop de bladeren afwrijven. Wij kunnen de schildjes ook afkrabben. Alle aangetaste afgevallen bladeren zoveel mogelijk opruimen en verbranden. Kuipplanten verpotten kas




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas