mestbehoefte plantenkas

Hoe de mestbehoefte in een plantenkas vaststellen?

Om de bemesting te kunnen plannen moet u weten welke voedingsstoffen wanneer nodig zijn voor optimale resultaten. Daarbij hangt de opname van voedingsstoffen door een plant niet alleen af van de hoeveelheid voedingsstoffen, maar vooral van de beschikbaarheid ervan. Minerale meststoffen zijn bijvoorbeeld onmiddellijk beschikbaar en kunnen gedeeltelijk zelfs vloeibaar via de bladeren worden aangevoerd. Organische meststoffen moeten eerst ontsloten worden. Daar komt ook nog de bufferwerking (fixering, erosie, structuur) van de bodem bij. U zou de bodem van uw plantenkas minstens een keer per jaar moeten laten onderzoeken. U moet zich dan precies houden aan de aanbevelingen die daarbij worden gegeven. Getallen inzake het mestverbruik bij aparte planten zijn 'empirische waardes', doorsneewaardes dus die altijd tegen een kritisch licht moeten worden gehouden. Door compost optimaal te gebruiken kunt u de extra bemesting tot een minimum beperken. Maar vergeet niet dat er door intensief gebruik veel voedingsstoffen in de plantenkas beschikbaar moeten zijn. Laat minstens een keer per jaar door een laboratorium een bodemonderzoek in uw plantenkas uitvoeren en de gepaste aanbevelingen doen. Zo'n onderzoek gebeurt ook het best telkens als u met nieuwe grond werkt om groenten te kweken. U doet er ook goed aan om elke 6 maanden of minstens een keer per cultiveringsperiode aanvullende voedingsstoffen te gebruiken. Voor een bodemonderzoek van de plantenkas steekt u een spade volledig in de grond en neemt u ongeveer 7 tot 10 cm aarde mee om te laten onderzoeken.

Grond- en bladbesmesting

Bladbemesting gebeurt bijna altijd met anorganische, dus meteen werkzame stoffen. Vooral bij (veel voeding behoevende) groenten en bij bloemen werkt bladbemesting het best. Voornamelijk vloeibare bemesting levert bij sierplanten snelle en optimale resultaten op. Ook de verhouding tussen de voedingsstoffen is belangrijk, zeker tussen stikstof en kali. Bij houtachtige planten moet de verhouding in evenwicht zijn of lichtjes overhellen naar stikstof. Bij kruidachtige planten moet de kali eerder primeren. De behoefte aan fosfor (P) is minder belangrijk omdat het zich voor het grootste deel toch onder de grondbedekking bevindt. Substraten met pH-waardes boven 5,5 slaan fosfor op in de vorm van reserves die beschikbaar zijn voor de planten en werken als buffer bij tijdelijke schommelingen.

TIP

Groenten worden naargelang hun behoefte aan voedingsstoffen opgedeeld in drie categorieŽn: - veel voeding behoevend zijn onder andere komkommers, koolplanten, pompoenen, prie, selderij, tomaten en courgettes - gemiddeld voeding behoevend zijn witlof, venkel, wortelen, knoflook, pastinaken, radijsjes, peterselie, rammenassen, sla en spinazie - weining voeding behoevend zijn bonen, veldsla en de meeste kruiden. Bovendien heeft elke groeifase zijn eigen favoriete voedingsstof. Jonge planten verwerken in het begin meer stikstof, waardoor er meststof moet worden gebruikt met iets meer stikstof erin. Tijdens de bloei wordt beter met bloeimest gewerkt, omdat daar meer fosfor en kali in zitten. Groenten mogen niet te weinig, maar absoluut niet te veel voedingsstoffen krijgen. Het devies 'hoe meer, hoe beter' geldt hier dus zeker niet. Dat wordt luxe-consumptie genoemd (= opname van overtollige voedingsstoffen die niet meer opgebruikt kunnen worden door een sterkere plantengroei). Het gevolg is slap weefsel en weinig weerstand tegen ziekteverwekkers. Ook bij sierplanten wordt er een onderscheid gemaakt: - heel zoutgevoelig zijn jonge planten, orchideeŽn, azalea's, bromelia's, heidplanten en varens - gemiddeld zoutgevoelig zijn begonia's, alpenviooltjes, driekleurige viooltjes en rozen - weinig zoutgevoelig zijn anjers, chrysanten en geraniums Als veel en gemiddeld voeding behoevende planten (raapkool, sla) samen worden gecultiveerd, kunt u via bladbemesting elke plant afzonderlijk van genoeg voedingsstoffen voorzien.

Ook kalk is mest

Hoeveel kalk er in de bodem zit, wordt vastgesteld aan de hand van de pH-waarde, die de zuurtegraad van de bodem weergeeft. Zuiver scheikundig wordt een pH-waarde van 7 als neutraal beschouwd, pH-waardes minder dan 7 als zuur en pH-waardes meer dan 7 als basisch. De optimale pH-waarde voor de bodem van een plantenkas ligt tussen 5,5 en 7, ideaal voor de meeste groentesoorten. Voor het optimale kalkgehalte is er in een humusrijke, leemachtige bodem om de 3 jaar maximaal zo'n 150 tot 250 g/m≤ koolzuurhoudende kalk nodig. Die kan praktisch in de kas gebracht worden door de 'rustende' bodem van kalkstikstof te voorzien. Een overmatige kalkbemesting kan beter worden vermeden. Een te hoge pH-waarde weer laten zakken, kost veel geld en tijd. De pH-waarde is gemakkelijk te bepalen met bodemtests die verkrijgbaar zijn in tuinbouwwinkels. Een precieze analyse van de voedingsstoffen in de bodem kan alleen door een gespecialiseerd laboratorium gebeuren. vruchtbaarheid grond meststoffen kas kas




Sitemap

Gouden tips wedstrijd Groei & Bloei magazine 25/03/2016

Irma Tap is de winnares van de ACD Prestige Piccolo kas!

Kook volgens de 80/20 regel! 18/06/2014

Een sterrenchef uit Nederland, Niven Kunz, is fervent gebruiker van groenten in zijn gerechten. Dat doet hij al sinds hij zijn ster kreeg, 10 jaar geleden.

ACD kassen: Kas, tuinkas, kweekkas, tunnelkas